“Werk met je handen, maak ze vuil, blijf dicht bij de aarde en vorm gemeenschappen, want dit kunnen we niet alleen..“
Wat betekent het om in deze onzekere tijd met vertrouwen, openheid en aandacht te leven? In dit interview spreekt Elias Amidon over non-dualiteit, universeel soefisme en de ruimte die ontstaat wanneer we niet alles hoeven vast te leggen of te beheersen.
Vanuit zijn lange ervaring binnen de Sufi Way vertelt hij hoe verschillende spirituele tradities elkaar kunnen ontmoeten zonder hun eigenheid te verliezen. Ook spreekt hij over God als poëtische taal voor het grote mysterie, over de kracht van overgave en over de noodzaak om niet alleen naar de crises van onze tijd te kijken, maar ook naar de vriendelijkheid, creativiteit en verbondenheid die er voortdurend zijn.
Zijn boodschap aan jonge mensen is eenvoudig en tegelijk veeleisend: heb vertrouwen, ontspan, ontdek je eigen stem en blijf dicht bij wat werkelijk leeft.
Door
↠

Non-dualiteit en soefisme
Hoe ben je op het idee van Advaita of non-dualiteit gekomen?
Ik ben ertoe gekomen via het soefisme. De aanhef voor een ritueel in onze traditie luidt: “Tot de Ene.” Wat is de Ene anders dan het non-duaale: niet twee? Toch betekent het niet dat, als wij onszelf openen tot de Ene -zoals in het boeddhisme-, we de veelheid achter ons laten. Wij zijn burgers van die veelheid en maken er deel van uit. Tegelijkertijd worden wij door de Ene omvat; het is ons weidse thuis, dat alle dingen, alle vormen en alle wezens omarmt.
Mijn begrip van non-dualiteit, of Advaita, is dus voortgekomen uit een lange studie van het soefisme. Ik had het geluk kennis te maken met het westerse soefisme van Inayat Khan, dat openstaat voor alle culturen en zienswijzen. Soefi worden betekende niet dat ik alleen soefi-ideeën moest aanvaarden. De Sufi Way staat wijd open. Ik kon Advaita Vedanta, Dzogchen, het boeddhisme, de christelijke mystiek en de Islam bestuderen. Immers het westers soefisme is universeel en inclusief.
Dat is het mooie van het universeel soefisme: het houdt verschillende tradities in een omarming bijeen zonder te proberen ze tot één dogma te verenigen. We kunnen deze prachtige vormen van menselijke expressie waarderen, of ze nu boeddhistisch, islamitisch, christelijk of joods zijn. Ik herinner mij een mooie uitspraak van Inayat Khan: het is niet de bedoeling dat mensen het altijd met elkaar eens zijn; zij zijn bedoeld om schoonheid te scheppen. Dat raakte mij diep.
We hoeven het dus niet over alles eens te zijn. Onze verschillen stellen ons in staat ideeën uit te wisselen en elkaar te leren begrijpen. Ik ben het bijvoorbeeld niet eens met alle metafysische denkbeelden uit de christelijke mystiek, maar als ik het werk van een christelijke mysticus lees, laat ik die visie op zich waar zijn. Een tijdlang omarm ik die visie. Misschien vertaal ik haar naar mijn eigen metafysische waarden, zonder dat ik mijn respect verlies voor het feit dat de mysticus de werkelijkheid op die manier ziet.
Het idee van God
In tegenstelling tot boeddhisten omarmen soefi’s het idee van God, terwijl zij tegelijkertijd weten dat er in beginsel slechts Eén is. Hoe ziet je het idee van God?
Voor ons is het poëzie. Soefi’s houden van romantische taal, maar we kunnen die ook als een metafoor begrijpen. “Tot de Ene” is ook een metafoor. Wanneer ik die woorden uitspreek, voel ik dat er iets in mij opengaat. We hebben taal nodig en daarom ook namen, maar de naam is niet de werkelijkheid zelf. Als we het boeddhisme aandachtig bekijken, treffen we daar eveneens veel heilige figuren aan, en zelfs de Boeddha kan een figuur voor devotie worden. Het blijkt dat mensen vaak, om het grote mysterie te begrijpen,gaan personifiëren of vergoddelijken. Sommige mensen hebben dus een vorm nodig die ze kunnen aanbidden. Voor mij biedt het inclusieve karakter van de Sufi Way echter ultieme vrijheid, echter binnen het soefisme.
De taal van God biedt ons ook de mogelijkheid liefdespoëzie te schrijven. We kunnen hem/haar met “Gij” aanspreken, terwijl we weten dat “Gij” in werkelijkheid niet de ander is. Een eenvoudig gebed luidt: “Wijs mij de weg vooruit.” Daar hoeft niet eens aan te worden toegevoegd: “Heer, wijs mij de weg.” Aan wie of wat vragen we dit? We zouden het God kunnen noemen, het grote hart van alle dingen of de geest van leiding.
Wanneer je je eigen hart met die grotere werkelijkheid verbindt en oprecht vraagt: “Wijs mij de weg,” stel je jezelf open. In die woorden ligt overgave: ik ken de weg niet; wijs hem mij. Er spreekt ook vertrouwen uit, en dat is mooi.

Bezorgdheid om de wereld
Veel jonge mensen maken zich zorgen over de toestand van de wereld en over hun toekomst. Wat zou u tegen hen willen zeggen?
Ik zou hun willen aanraden heel voorzichtig om te gaan met de vele verhalen, die in de wereld rondgaan en niet alles te geloven. Het kan erop lijken dat alles in een neerwaartse spiraal aan het gaan is: er is geweld, ecologische vernietiging, klimaatverandering, kunstmatige intelligentie, maatschappelijke polarisatie, desinformatie en de schadelijke invloed van sociale media op het vermogen van jonge mensen om werkelijk contact te maken. Wanneer we al deze problemen tot één beeld samenvoegen, kan het geheel overweldigend somber lijken.
We moeten echter bedenken dat dit beeld ook een verhaal is dat we onszelf hebben aangepraat en als waarheid zijn gaan beschouwen. De problemen en conflicten zijn reëel, maar vormen slechts één aspect van het grote drama van het leven op aarde. Wanneer twee mensen vreedzaam bij elkaar in een kamer zitten, is dat hele destructieve verhaal op dat moment niet aanwezig.
We hoeven het niet over alles eens te zijn. Onze verschillen stellen ons in staat ideeën uit te wisselen en elkaar te leren begrijpen.
Over het algemeen zijn mensen vriendelijk, dat ervaar ik bijvoorbeeld bij het dagelijkse boodschappen doen, met vrienden praat of vreemden ontmoet die niets met het soefisme te maken hebben. Zelfs mensen met wie ik het politiek oneens ben, zijn doorgaans vriendelijk en begripvol. Hoewel vijandigheid zeker bestaat, geloof ik dat het grootste deel van de menselijke cultuur door vriendelijkheid wordt gedragen.
Je ziet bijvoorbeeld dat islamitisch terrorisme de beeldvorming over Arabische en islamitische culturen heeft gekleurd. Ik heb in veel van die landen gereisd en mijn voornaamste ervaring was er een van gastvrijheid, vriendelijkheid en nieuwsgierigheid. Ooit sprak ik in een moskee in Damascus voor vierduizend mensen over het westers soefisme. Ik was een Amerikaan en het publiek wist dat, maar toch was de ontvangst hartelijk. Een terroristische aanslag door enkele geradicaliseerde jongeren wordt wereldnieuws, terwijl de vreedzame levens van miljoenen moslims dat niet worden. Zo ontstaat een vertekend beeld.
We moeten ruimte laten voor de verschillende opvattingen en levensstijlen en openblijven. Openheid betekent niet dat je geen overtuigingen of diepe gevoelens hebt. Integendeel, het betekent dat je het leven met een open hart en een open gemoed tegemoet treedt.
Als een vreedzame wereld ons diepste verlangen is, moeten we ons afvragen wat vrede in ons eigen leven betekent. Het betekent dat wij vriendelijk en vergevingsgezind moeten zijn, geduldig leren zijn en zorgvuldig met onze meningen moeten omgaan. We moeten niet iedereen ons eigen standpunt opdringen en leren dat die van ons niet de enige juiste is.
Welke houding zou hierbij behulpzaam zijn?
Ten eerste: heb vertrouwen. Daarmee bedoel ik geen geloof in een leer of religieuze instelling, maar het vertrouwen dat op het diepste niveau alles goed is. Je hebt de creativiteit en levenskracht gekregen die je nodig hebt om een lichtstraal in de wereld te worden. Merk op waar je belangstelling en talenten liggen; gebruik ze en volg ze.
Ten tweede: ontspan. Ontspanning betekent niet dat je in elkaar zakt of passief wordt. Je kunt alert, energiek en actief zijn. Het betekent dat je de innerlijke spanning loslaat: het vasthouden aan je eigen verhalen, standpunten, meningen en conclusies.
Wanneer die spanning afneemt, kunnen je aangeboren creativiteit, belangstelling en vermogens zich op natuurlijke wijze ontvouwen. Misschien ben je trompettist, letterschilder of onderwijzer. Er hoeft niet één groot doel te zijn dat je moet ontdekken. Je kunt verschillende loopbanen hebben; ik heb die zeker gehad. Dat was mijn weg, al hoeft dat niet voor iedereen zo te zijn.
Deze ontspanning beïnvloedt sterk de manier waarop het ego is gevormd en ook de angsten die we vroeg in ons leven hebben ontwikkeld. We zijn allemaal wel eens bang geweest in deze onzekere wereld. We weten niet wat er morgen, volgend jaar of over tien jaar zal gebeuren. We kunnen leren ons in die onzekerheid te ontspannen. Dat houdt in dat we de behoefte om alles te weten en te beheersen moeten loslaten.
Ten derde: “Wees trouw aan jezelf” betekent dat je een waarachtig mens bent en aanwezig bent. We kunnen alleen aanwezig zijn door ons voor het huidige moment open te stellen. “Ontspan” is misschien niet het juiste woord; wellicht zijn “open je” of “geef je over” beter. Ontspanning, overgave en nederigheid horen bij elkaar.

Toch kunnen jonge mensen zich blijven afvragen waar ze moeten beginnen en hoe ze hun talenten kunnen herkennen wanneer ze zich verward voelen
Jonge mensen stellen zich vaak voor dat zij het middelpunt van het universum zijn en nemen aan dat zij het beter weten dan ouderen. Dat zelf kan lijken op een vogel die pronkend rondstapt en zijn verenkleed toont. Misschien is er een tijd voor zulk vertoon, maar we moeten beseffen dat het ook een kostuum is. We kunnen het uittrekken. Ons ware zelf is al mooi genoeg en is in afwachting zich in het huidige moment creatief te kunnen uiten.
Of je nu voor een bedrijf werkt, ouder wordt, op een school lesgeeft of vliegtuigen bestuurt, creativiteit en levensvreugde zijn altijd in het heden te vinden. Een vogel zingt zijn eigen lied in plaats van een andere vogel na te bootsen. Zo moeten ook wij ons voldoende ontspannen om onze eigen stem en melodie te ontdekken. Mensen zijn minder beperkt dan vogels: wij hebben vele liederen en vele talenten. Iemand kan zowel dichter als schilder zijn, of zowel moeder als arts.
Klimaatverandering en andere uitdagingen
Welke aanmoediging zou u jonge mensen tenslotte willen meegeven?
Ik zou hun moed, vertrouwen en hoop toewensen. De huidige situatie in de wereld is onzeker, maar eerdere generaties hebben eveneens zeer moeilijke tijden meegemaakt. Stel je voor dat je in 1938 leefde; ook toen moet het hebben geleken alsof de wereld instortte. Of denk aan de An Lushan-opstand in het China van de achtste eeuw, waarbij een enorm deel van de bevolking omkwam. Het verschil is dat het nieuws uit de hele wereld ons nu voortdurend via onze telefoons en andere media bereikt, waardoor iedere crisis rechtstreeks bij ons binnenkomt.
De klimaatverandering en de andere uitdagingen waarvoor we staan, zijn enorm. Toch zullen we door samen te werken dingen kunnen doen die we ons nu nog niet kunnen voorstellen. De aarde bevindt zich in een overgangstoestand en beweegt van de ene levenswijze naar een andere. Zo’n overgang brengt ook het uiteenvallen van bestaande economische, politieke en ecologische systemen met zich mee. We moeten daar met moed en volharding doorheen zien te gaan.
Als ik nu jong was, zou ik proberen een stuk grond te bemachtigen en naar een leven op het land terug te keren. Als maatschappelijke systemen inderdaad instabiel worden, zal grond waarop goed voedsel kan worden verbouwd van onschatbare waarde zijn. De aarde is ook een grote leermeesteres wanneer we met haar samen kunnen werken. Werk met je handen, maak ze vuil, blijf dicht bij de aarde en vorm gemeenschappen, want dit kunnen we niet alleen.
Veel jonge mensen in de Verenigde Staten, Canada, Nederland en elders in Europa onderzoeken nu al gemeenschappelijke en zelfvoorzienende manieren van leven. Sommigen leven bijna volledig onafhankelijk van openbare voorzieningen: ze wekken hun eigen elektriciteit op en beheren hun eigen watervoorziening. Anderen zetten allerlei soorten recycle-bedrijfjes op. In zekere zin lijkt dit op wat ikzelf in de jaren zestig deed. De oorlog in Vietnam, de dreiging van de Sovjet-Unie, kernwapens, en de vernietiging van prachtige landschappen maakten die periode voor mij erg somber. Wij zijn door die gevaren heen gekomen, net zoals onze ouders twee wereldoorlogen en een zware economische crisis hebben doorstaan. Ik ben ervan overtuigd dat ook de huidige generatie de uitdagingen van haar tijd aankan met, zoals ik al zei, vertrouwen, ontspanning, creativiteit, moed en volharding.

In dit artikel
Deel dit artikel
Meer lezen


