Poëzie
Het schip I
Wie goed kijkt, ziet op lege zee een schip. Het schijnt te weifelen op de horizon:
naar daar, naar hier, naar waar de reis begon
terug of toch naar voren in het licht.
Het lijkt een woord dat opdaagt tot gedicht maar eer het neergeschreven is ontglipt.
II
Mijn leegte is nog steeds niet leeg genoeg. Ik ben nog te veel met mijzelf bevracht.
Ik ben een schip op weifelende koers.
Het baken in de verte is omfloerst.
Ik heb mijn lamp gehesen voor de nacht.
Het water schrijft zijn raadsels voor de boeg.
Maria de Groot
Madonna met de slee
Dabar-Luyten, 1996
